Sigma Personeelsdiensten

Wat wijzigt er in 2022 voor HR?

Door de demissionaire status van het kabinet bleven grote arbeidsrechtelijke wetswijzigingen op Prinsjesdag uit. Wel gaf het kabinet aan dat verschillen tussen vaste en flexibele arbeid nog verder verkleind moeten worden. Maar hoe, dat laat het kabinet over aan haar opvolgers. Hieronder volgen de meest opvallende punten uit de Miljoenennota 2022, het Belastingplan 2022 en de begroting van SZW op het gebied van HR.

Versobering zelfstandigenaftrek

Het kabinet versobert alvast de zelfstandigenaftrek om het fiscale verschil tussen werknemers en zelfstandigen te verkleinen. Sinds 2020 wordt de zelfstandigenaftrek met € 250 per jaar verlaagd. Vanaf 2021 wordt deze afbouw met € 110 per jaar versneld. In 2022 wordt de zelfstandigenaftrek met in totaal € 360 verlaagd naar € 6.310. Hier staat een verhoging van de arbeidskorting tegenover, waarmee (meer) werken lonender wordt.

overstappen naar een online salarisadministratie

Arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioen zelfstandigen

In het Pensioenakkoord zijn afspraken gemaakt over de invoering van een verplichte publieke verzekering voor arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen. Het kabinet gaat onderzoeken hoe deze publieke verzekering op een uitvoerbare, betaalbare en uitlegbare wijze kan worden ingericht.

Voor het nieuwe pensioenstelsel wordt experimenteerwetgeving uitgewerkt om pensioenfondsen en verzekeraars de ruimte te geven nieuwe producten te ontwikkelen voor zelfstandigen. Ook wordt de fiscale behandeling van de tweede en derde pijler gestroomlijnd. Daarbij blijft pensioensparen vrijwillig voor zelfstandigen, in tegenstelling tot de verplichte regelingen voor veel werknemers.

Invoering STAP-budget in 2022

Bij gedwongen ontslagen, bijvoorbeeld door automatisering, digitalisering en globalisering, wisselen mensen relatief vaak niet alleen van baan maar ook van beroep, schrijft het kabinet. Het kabinet wil ervoor zorgen dat bij een baanwissel meer gekeken wordt naar de vaardigheden die werknemers bezitten dan naar de taken die zij hebben uitgevoerd.

Hiervoor is arbeidsmarktinformatie nodig, gericht op vakvaardigheden en competenties. Daarmee kunnen alle partijen op de arbeidsmarkt betere beslissingen nemen over het zoeken en aanbieden van werk en over bij- en omscholing.
Het kabinet zet in op het (om)scholen van mensen om hen zo veel mogelijk in staat te stellen zich aan te passen aan een veranderende arbeidsmarkt. Dit gebeurt bijvoorbeeld door via de SLIM-regeling geld beschikbaar te stellen aan mkb-ondernemingen die willen investeren in leren en ontwikkelen en vanaf 2022 met het STAP-budget. Het kabinet stelt hiervoor ruim 900 miljoen beschikbaar.

Daarnaast kunnen mensen met de subsidieregeling ‘ NL leert door ‘ kosteloos scholingstrajecten volgen. In 2022 staat budget gereserveerd voor de afronding van de tijdvakken van de regeling NL leert door met inzet van scholing (€ 25,6 miljoen) en voor de regeling NL leert door met inzet van sectoraal maatwerk (€ 27 miljoen).

Compensatie transitievergoeding bedrijfsbeëindiging bij ziekte

Per 2021 hebben kleine werkgevers die hun onderneming stoppen vanwege pensionering of overlijden, onder voorwaarden, recht op compensatie van de transitievergoeding. Het was de bedoeling dat kleine werkgevers per 1 januari 2021 ook compensatie zouden kunnen aanvragen voor de transitievergoeding vanwege bedrijfsbeëindiging door hun ziekte. Omdat nog geen passende oplossing voor de uitvoering is gevonden, is de invoering van deze mogelijkheid echter uitgesteld. Het was nog niet bekend wat de nieuwe datum voor deze compensatiemogelijkheid zou zijn, maar nu staat in de Begroting SZW dat deze regeling niet eerder dan medio 2022 in werking zal treden.

Verruiming ouderschapsverlof

Het kabinet voert vanaf 1 augustus 2022 het gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof in, waarmee het voor werknemers makkelijker wordt om arbeid en zorg te combineren. Ouders kunnen momenteel 26 weken ouderschapsverlof opnemen in de eerste acht levensjaren van hun kind. Dat verlof is in principe onbetaald, tenzij daarover andere afspraken zijn gemaakt in de arbeidsovereenkomst of cao. Ouders krijgen straks van UWV een uitkering ter hoogte van 50% van hun dagloon, tot 50% van het maximum dagloon.

Thuiswerken en de vrije ruimte binnen de Werkkostenregeling (WKR)

Gerichte vrijstelling thuiswerkvergoeding

Het kabinet introduceert een gerichte vrijstelling voor het vergoeden van bepaalde thuiswerkkosten, zoals kosten van water- en elektriciteitsverbruik, verwarming, koffie, thee en toiletpapier.

Voorgesteld wordt om voor de hoogte van de vergoeding aan te sluiten bij een vast forfaitair bedrag van maximaal € 2 per thuiswerkdag. Dit bedrag vloeit voort uit het onderzoek dat het Nibud heeft gedaan naar de gemiddelde extra kosten van een thuiswerker per thuiswerkdag. De vrijstelling voor een thuiswerkkostenvergoeding van maximaal € 2 per thuiswerkdag kan ook worden toegepast als een werknemer slechts een deel van de dag thuiswerkt.

Met deze vrijstelling wordt het voor een werkgever mogelijk om een voor de loonheffingen onbelaste vergoeding te geven voor bepaalde extra kosten die een werknemer maakt vanwege het gedeeltelijk thuis uitoefenen van het werk – mits aangewezen als eindheffingsloon. Werkgevers hoeven zodoende in 2022 de vrij ruimte van de werkkostenregeling hiervoor niet meer aan te spreken.

Let op! Voor de kosten verbonden aan het inrichten van een werkplek thuis, met inbegrip van bureaustoel en bijvoorbeeld een computer en mobiele telefoon, bestaan al zogenoemde gerichte vrijstellingen.

Reiskosten vergoeden en thuiswerken

Voor eenzelfde werkdag kan niet tegelijkertijd de vrijstelling voor een thuiswerkkostenvergoeding als de vrijstelling voor een reiskostenvergoeding woon-werkverkeer naar de vaste werkplek van toepassing zijn, schrijft het kabinet.

Ook als een werknemer een deel van de dag thuiswerkt en het andere deel op de vaste werkplek werkt, kan dus maar een van de vrijstellingen worden toegepast. In dat geval moet de werkgever kiezen of hij de gerichte vrijstelling voor de thuiswerkkostenvergoeding, of de gerichte vrijstelling voor reiskosten voor het woon-werkverkeer toepast.

Het is wel mogelijk om bij een zakelijke reis, niet zijnde woon-werkverkeer, op een thuiswerkdag beide vrijstellingen toe te passen. Dit betekent bijvoorbeeld dat een werkgever de door een werknemer gereisde kilometers van een klantbezoek onbelast kan vergoeden op declaratiebasis als de werknemer deze reis vanuit zijn thuiswerkplek maakt, zonder dat hiervoor de (vaste) thuiswerkkostenvergoeding hoeft te worden aangepast.

De reisdagen en thuiswerkdagen hoeven niet afzonderlijk te worden geregistreerd of gedeclareerd. Werkgevers en werknemers mogen afspraken maken over het aantal dagen waarop de werknemer thuis zal werken (en deze neerleggen in een thuiswerkovereenkomst). Deze afspraken kunnen volgens de regering de basis vormen voor de vaststelling van de door de werkgever onbelast te vergoeden kosten voor zowel de reiskosten voor het woonwerkverkeer als de thuiswerkkostenvergoeding.

Verhoging vrije ruimte werkkostenregeling

Naast de vrijstelling van de thuiswerkvergoeding, bevat het wetsvoorstel Belastingplan 2022 ook het voornemen om de vrije ruimte in de werkkostenregeling te verhogen in verband met de COVID-19 steunpakketten. In 2021 bedraagt de vrije ruimte van de WKR zodoende 3% van de fiscale loonsom tot en met € 400.000 plus 1,18% van het restant van die loonsom.

Leadership

Herzieningssituatie 30% overwerk in 2022 weer van kracht

Als gevolg van de Wet arbeidsmarkt in balans betaal je als werkgever sinds 1 januari 2020:

  • een lage WW-premie voor schriftelijk vastgelegde contracten voor onbepaalde tijd; en
  • een hoge WW-premie voor flexibele contracten.

Het lage tarief wordt voor 2022 geraamd op 2,20 procent en het hoge tarief op 7,20 procent. Het (gewogen) gemiddelde van de AWf-werkgeverspremie bedraagt dan 3,45 procent. Definitieve vaststelling van de AWf-premie vindt plaats in oktober.

Hierbij geldt dat je met terugwerkende kracht de hoge WW-premie moet afdragen voor vaste werknemers die in een kalenderjaar meer dan 30% hebben overgewerkt.

Door het coronavirus kon deze herzieningssituatie tot onbedoelde effecten leiden in sectoren waar door het coronavirus veel extra overwerk nodig was (bijvoorbeeld de zorg). Om deze onbedoelde gevolgen weg te nemen, is de regeling tijdelijk aangepast. Over het jaar 2020 en 2021 hoeft geen enkele werkgever (ongeacht sector) in deze situatie met terugwerkende kracht de hoge WW-premie te betalen. In de Begroting SZW staat nu dat de 30% herzieningssituatie vanaf 2022 weer zal gelden.

Heb je vragen?

Heb je vragen of wil je advies over wat de nieuwe plannen voor jou betekenen? Neem dan gerust contact met ons op. Onze loonadviseurs staan graag voor je klaar met professionele ondersteuning en persoonlijk advies!