Relevante plannen van Prinsjesdag 2026 voor werkgevers
- Onbelaste reiskostenvergoeding blijft € 0,25 per kilometer
- Branche-eigen producten niet langer onbelast
- Meer vrije ruimte binnen de WKR
- Nieuwe kansen met aandelenopties voor startups en scale-ups
- Werkgeversheffing voor fossiele auto’s van de zaak
- Youngtimerregeling minder ingrijpend gewijzigd
- Maximale pensioenopbouw wordt bevroren
- Compensatie transitievergoeding blijft nog beschikbaar
- Expatregeling verder versoberd
- Wat betekent dit voor jouw organisatie?
Onbelaste reiskostenvergoeding blijft € 0,25 per kilometer
De maximale onbelaste reiskostenvergoeding van € 0,25 per kilometer wordt nu definitief in de wet vastgelegd. Deze vergoeding geldt onder meer voor woon-werkverkeer en zakelijke kilometers.
Dat betekent overigens niet automatisch dat je medewerkers vanaf 2027 recht hebben op € 0,25 per kilometer. Welke vergoeding echt wordt verstrekt, hangt af van de afspraken in de arbeidsovereenkomst, de eventueel toepasselijke cao en jouw mobiliteitsbeleid.
Branche-eigen producten niet langer onbelast
Vanaf 2027 verdwijnt de gerichte vrijstelling voor branche-eigen producten binnen de werkkostenregeling (WKR).
Tot en met 2026 kun je dergelijke producten nog onder voorwaarden onbelast verstrekken tot maximaal 20% van de economische waarde en maximaal 500 euro per werknemer per kalenderjaar.
Vanaf 2027 worden deze verstrekkingen in principe belast loon. Je kunt er wel voor kiezen de waarde onder te brengen in de vrije ruimte van de WKR. Zolang er voldoende vrije ruimte beschikbaar is, blijft de verstrekking onbelast. Overschrijd je de beschikbare vrije ruimte, dan betaal je als werkgever 80% eindheffing over het meerdere.
Al voor de zomer gaf de regering aan de WKR te willen vereenvoudigen. Toch werd op Prinsjesdag weinig nieuws rondom de WKR aangekondigd. Deze volgen mogelijk later in de Vereenvoudigingswet.
Meer vrije ruimte binnen de WKR
Een positieve ontwikkeling is de verruiming van de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling.
Voor 2027 bedraagt de vrije ruimte:
- 2,16% over de eerste 400.000 euro van de fiscale loonsom;
- 1,18% over het meerdere.
Nieuwe kansen met aandelenopties voor startups en scale-ups
Het voordeel uit aandelenopties dat een werknemer behaalt, wordt op dit moment belast in box 1 op het moment van uitoefening. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt qua type bedrijf. Qua hoogte van belastingheffing (box 1) en het moment (bij conversie) wijkt Nederland af van andere landen. Om startende en groeiende ondernemingen, oftewel start-ups en scale-ups, te steunen bij het vinden van personeel, wordt de aandelenoptieregeling voor dat soort bedrijven aangepast.
Het voorstel bestaat uit twee belangrijke wijzigingen. Allereerst wordt voorgesteld om de opbrengst van de aandelenopties voor 35% vrij te stellen en dus voor slechts 65% te belasten in box 1. Effectief komt dit overeen met de belastingheffing in box 2. Deze gedeeltelijke vrijstelling is niet van toepassing als de opties worden verkocht, maar alleen als de verkregen aandelen worden verkocht.
Daarnaast wordt voorgesteld om het heffingsmoment uit te stellen tot het moment dat de aandelen (die zijn verkregen door uitoefening van de opties) worden verkocht. Daardoor is – anders dan in het geval van heffing op het conversiemoment – sprake van een verkoopopbrengst waaruit de belastingheffing kan worden voldaan. Als voorwaarde voor deze versoepelingen geldt wel dat werkgever en werknemer schriftelijk moeten vastleggen dat de opties en/of de met de opties verworven aandelen niet binnen twee jaar mogen worden verkocht.
De nieuwe regeling geldt voor opties die zijn toegekend vanaf 17 april 2025 en die op dit moment nog niet zijn omgezet in aandelen. Het wetsvoorstel kent verder nog een aantal aanvullende regelingen voor specifieke situaties.
Werkgeversheffing voor fossiele auto’s van de zaak
Vanaf 2027 krijg je als werkgever mogelijk te maken met een nieuwe pseudo-eindheffing voor een fossiele personenauto die aan een werknemer ter beschikking is gesteld en ook privé mag worden gebruikt.
De heffing bedraagt 12% van de cataloguswaarde van de auto en komt volledig voor rekening van de werkgever. Deze heffing staat los van de reguliere fiscale bijtelling voor de werknemer.
Ook woon-werkverkeer wordt hierbij gezien als privégebruik.
Overgangsregeling verlengd
Beschikte een werknemer al vóór 2027 over een fossiele auto van de zaak? Dan geldt overgangsrecht.
De periode waarin geen pseudo-eindheffing hoeft te worden betaald is verlengd tot 1 januari 2031.
Uitzondering voor vervangend vervoer
Wordt tijdelijk een vervangende auto ingezet vanwege onderhoud of reparatie? Dan geldt de pseudo-eindheffing gedurende de eerste 14 dagen niet. Vanaf dag 15 wordt de heffing alsnog verschuldigd.
Voor handgeschakelde lesauto’s geldt een uitzondering.
Incidenteel gebruik
Ook incidenteel gebruik van een fossiele auto blijft mogelijk zonder directe gevolgen.
Tot en met 31 december 2030 geldt geen pseudo-eindheffing wanneer een auto maximaal zeven dagen per kalenderjaar voor privédoeleinden ter beschikking wordt gesteld. Wordt deze grens overschreden, dan ontstaat alsnog de heffingsplicht.
Youngtimerregeling minder ingrijpend gewijzigd
De bijtelling blijft gebaseerd op de waarde in het economisch verkeer, maar de leeftijdsgrens stijgt in 2027 van 16 jaar naar 17 jaar en vanaf 2028 naar 20 jaar. De eerder voorziene snelle verhoging naar 25 jaar per 2027 gaat daarmee niet door.
Voor auto’s die uiterlijk op 31 december 2025 al ter beschikking zijn gesteld en die in 2027 17 jaar worden, geldt overgangsrecht. Deze auto’s mogen de youngtimerregeling gedurende heel 2027 blijven toepassen. Vanaf 1 januari 2028 geldt de regeling alleen nog voor auto’s ouder dan 20 jaar.
Maximale pensioenopbouw wordt bevroren
Het kabinet wil de aftoppingsgrens voor pensioen- en lijfrenteopbouw gedurende de periode 2027 tot en met 2032 bevriezen.
De huidige grens bedraagt 137.800 euro. Door het bevriezen van deze grens groeit het maximaal pensioengevende loon de komende jaren niet mee met de loonontwikkeling.
Met name voor werknemers met hogere inkomens kan dit gevolgen hebben voor de pensioenopbouw.
Compensatie transitievergoeding blijft nog beschikbaar
Werkgevers kunnen ook in 2027 nog gebruikmaken van de compensatieregelingen voor bepaalde betaalde transitievergoedingen via het UWV.
De eerder aangekondigde afschaffing van deze regelingen is met een jaar uitgesteld.
Expatregeling verder versoberd
De expatregeling, voorheen bekend als de 30%-regeling, wordt per 1 januari 2027 verder aangepast.
Het maximale onbelaste vergoedingspercentage daalt van 30% naar 27%. Daarnaast gelden hogere salarisnormen om voor de regeling in aanmerking te komen.
Het kabinet heeft aangegeven op dit moment geen verdere versoberingen te voorzien.
Wat betekent dit voor jouw organisatie?
De aangekondigde maatregelen bieden kansen, maar vragen op diverse punten ook om aanpassing van beleid, arbeidsvoorwaarden en salarisadministratie. Denk bijvoorbeeld aan de inrichting van de werkkostenregeling, het mobiliteitsbeleid, pensioenafspraken en het wagenpark.
Hoewel de plannen nog door de Tweede en Eerste Kamer moeten worden behandeld, is dit een goed moment om alvast te beoordelen welke gevolgen de wijzigingen voor jouw organisatie kunnen hebben.
Wil je weten wat deze plannen concreet betekenen voor jouw organisatie? Neem gerust contact met ons op. Wij denken graag met je mee.