Referentiemaandloon
Het referentiemaandloon wordt door de overheid vastgesteld en gebruikt voor de hoogte van uitkeringen en tegemoetkomingen die gekoppeld zijn aan het minimumloon. Sinds de invoering van het minimumuurloon is dit maandloon niet langer de basis voor het loon van werknemers.
Per 1 juli 2026 bedraagt het referentiemaandloon € 2.337,00 bruto per maand (per 1 januari 2026: € 2.294,40). Dit is een stijging van 1,86%.
Jongeren en BBL’ers
Werknemers onder de 21 jaar hebben recht op een percentage van het wettelijk minimumloon. Daarbij is het minimumuurloon het uitgangspunt. Voor werknemers van 18, 19 of 20 jaar die werken via een beroepsbegeleidende leerweg (BBL) gelden lagere minimumbedragen.
Overzicht minimum-uurloon vanaf 1 juli 2026
| Leeftijd | Staffeling | Minimumuurloon |
| 21 jaar en ouder | 100,0% | € 14,99 |
| 20 jaar | 80,0% | € 11,99 |
| 19 jaar | 60,0% | € 8,99 |
| 18 jaar | 50,0% | € 7,50 |
| 17 jaar | 39,5% | € 5,92 |
| 16 jaar | 34,5% | € 5,17 |
| 15 jaar | 30,0% | € 4,50 |
Voor werknemers die werken op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) gelden alternatieve staffels, die zijn vastgesteld in het Besluit minimumjeugdloon.
Voor leerlingen in de bbl in de leeftijd van 15 tot en met 17 jaar en 21 jaar gelden bovenstaande bedragen. Voor bbl-leerlingen in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar gelden de volgende corresponderende wettelijke minimumjeugdlonen:
| Leeftijd | Staffeling | Minimumuurloon |
| 20 jaar | 61,5% | € 9,22 |
| 19 jaar | 52,5% | € 7,87 |
| 18 jaar | 45,5% | € 6,82 |